IndonesiŽ-reis Veerle en Raf

(Inleefreis met 11.11.11.)

20 juli tot en met 11 augustus 2018


vorige dag Fotoalbum dag 12 volgende dag

Dag 12: blue fire op Kawah Ijen - oversteek naar Bali


Zicht op de krater van Kawah Ijen bij zonsopgang Ja, het is weer vroeg opstaan in IndonesiŽ. Wat is op reis gaan toch prettig! Veerle draait zich nog eens rond en wenst me een leuke uitstap alhoewel ze natuurlijk veel liever meegegaan zou zijn.

Om 1u zitten we allemaal "fris en monter" in ons busje dat ons naar de start van de wandeling brengt. Ook Hanna, Indri en Rene passen voor deze wandeling.

Aan het vertrekpunt staan dik ingeduffelde IndonesiŽrs mutsen sjaals en handschoenen te verkopen. Het zal wel fris zijn boven op de krater maar ik ga ervan uit dat je als Belg wel iets gewoon bent. Anderen van ons gezelschap laten zich gaan en pakken zich in voor een winterse wandeling.

Voor we vertrekken delen onze gidsen aan iedereen een gasmasker uit, dit zullen we nodig hebben in de krater. Rond halftwee beginnen we de stevige wandeling naar de kraterrand. Het is maar een 3.5km wandelen maar we moeten wel van ongeveer 1850m stijgen naar de kraterrand van ongeveer 2250m. Dat is dus meer dan 10% gemiddeld. Het eerste stuk loopt even vlak maar gaat dan al snel over in een heel steil stuk. Ik hou wel van een stevige wandeling en zoek mezelf een goed ritme. Jammer genoeg roept onze gids me regelmatig een halt toe en moet ik wachten op de rest. Ik was liever wat langer op mijn tempo doorgestapt en wat minder vaak gewacht maar ach, zo geraak ik er ook natuurlijk.

Na een tijdje komen we uit het bos en hebben we het steilste stuk gehad. Het is nu zachter verder klimmen tot de kraterrand. Daar aangekomen, dalen we de krater in en dat is terug een 100-150m afdalen. Het is wat klauteren langs smalle paadjes en mijn hoofdlampje komt hier goed van pas.

Beneden aangekomen in de krater is het wachten op het blue fire. Blue fire is het spontaan ontbranden van de vrijkomende zwavel aan de lucht. Dit ontbranden gebeurt met blauwe vlammen die alleen in het donker te zien zijn. De omstandigheden zijn niet ideaal (er zijn veel zwaveldampen die het zicht belemmeren), maar ook niet tť slecht (de wind zit goed en er is redelijk wat activiteit. Regelmatig zien we blauwe vlammen oplaaien tussen de zwaveldampen. Jammer genoeg kijken dan alle toeristen naar die vlammen en verstoren het spektakel omdat ze hun hoofdlampjes niet uitzetten of er met hun zaklampen op schijnen. Een beetje dom.

Onze gidsen droppen ons op een uitkijkpunt iets boven de kraterbodem. Een van hen stelt me voor om met mijn fototoestel dichter bij het blue fire te gaan (waar je als toerist niet kan komen) om er wat foto's en filmpjes te maken. Ik geef mijn toestel mee en bied hem mijn gasmasker aan, wij zitten toch uit de wind, maar hij zegt het masker niet nodig te hebben.

Onze gids blijft lang weg en dus ga ik maar op eigen houtje dieper in de krater om de pijpen te bekijken die door de zwavelwerkers aangelegd zijn om makkelijker de zwavel te kunnen "oogsten". Hier gebruik ik mijn gasmasker want de dampen zijn toch wel irritant. Het is een bevreemdende omgeving.

Na een tijdje ga ik terug naar de groep en krijg mijn fototoestel terug van de gids. op het filmpje dat hij maakte hoor ik hem hevig hoesten door de dampen, had hij toch niet beter mijn gasmasker gebruikt?

We wandelen nu verder tot aan het kratermeer, een van de zuurste meren op aarde, met een heel onwereldse kleur. Van daaruit klimmen we terug de krater uit tot aan een uitkijkpunt ergens halfweg om daar te wachten op de zonsopgang. Met het lichter en lichter worden, krijgen we een duidelijker beeld van deze fantastische omgeving. Ik zie ook een zwavelwerker met zijn zware manden op de schouders naar boven klimmen. Onderweg zie ik zo'n manden staan en probeer ze op te tillen en krijg ze amper in de lucht, laat staan dat ik ze naar boven en weer naar beneden zou moeten dragen!

Uiteindelijk klimmen we terug naar de kraterwand en daar neem ik mijn tijd om nog wat foto's van deze spectaculaire omgeving te maken. Dan is het tijd om terug naar beneden te wandelen. Onderweg hebben we een erg mooi uitzicht op de andere vulkanen uit de regio die omgeven worden door de ochtendnevel. In de verte domineert de Gunung Raung, de hoogste vulkaan van deze regio en de tweede hoogste van Java met zijn 3332m, de horizon.

Zicht op de vulkanen in de buurt van Kawah Ijen; vlnr Gunung Ranti, Gunung Raung en Gunung Suket

Het steil bergaf wandelen is best lastig voor de kuitspieren. Maar het gaat goed vooruit en we kunnen ons verkneukelen in de Chinese toeristen die zich in een soort rolkarretje naar boven en naar beneden laten brengen. Eťn van deze "taxi's" wordt mij aangeboden in ruil voor mijn hoed. Ik bedank beleefd!

Beneden wachten we tot iedereen verzameld is en rijden we langs een smalle weg door een prachtig regenwoud terug naar ons hotel in Banyuwangi.

Rond 8u zijn we terug in het hotel. Snel douchen, inpakken (met de vreselijk naar zwavel stinkende kleren veilig in een afzonderlijke plastieken zak ingepakt) en ontbijten want we willen de ferry naar Bali van 10u halen. Dat loopt allemaal gesmeerd en over een rustige zee laten we halfweg onze vakantie Java achter ons.

In Bali aangekomen staat er ons nog een stevige rit naar Ubud te wachten. Het verkeer in Bali is nog chaotischer en drukker dan in Java en we schieten tergend langzaam op. We willen ook nog een plek bezoeken met zicht op een van de mooiste rijstterrasen van Bali, namelijk Tegalalang. Dit dorp ligt een 10km ten noorden van Ubud, maar eerst moeten we in volle spits door Ubud rijden, voorbij het hotel waar we straks moeten zijn en dan sukkelen we verder tot in Tegalalang. Daar aangekomen hebben we nog een dik kwartier voor het donker wordt. Als ons gezelschap zich dan nog eerst naar een restaurant begeeft, laat ik even mijn groepsgevoel varen en stap meteen de rijstvelden langs de drukke weg in om ze toch nog even te kunnen bekijken. De rest van het gezelschap volgt even later.

Het bezoek aan de rijstvelden is wat teleurstellend. We hebben echt niet de tijd om ze goed te bezoeken. Voor het donker verlaten we de rijstvelden en eten we op een gezellig terras. Geert en Johan die iets te lang blijven hangen waren in de rijstvelden en door het donker overvallen werden, liepen wat verloren en verzeilden tot overmaat van ramp in een stevige tropische regenbui. Ze komen uiteindelijk drijfnat aan in het restaurant. Gelukkig is het niet koud in Bali.

Na het eten bollen we terug 10km naar het zuiden over straten waar de spits nu gelukkig voorbij is. Heel moe komen we aan in het Max One hotel. Blijkbaar is er mooi zwembad op het dak maar Veerle en ik zijn veel te moe om nog te gaan zwemmen en beperken ons tot een heerlijke cocktail op het dakterras vooraleer we gaan slapen.